
De Woekerpolisaffaire is de verzamelnaam van de ophef rond Nederlandse beleggingsverzekeringen, ontstaan in 2006. De woekerpolisaffaire kwam aan het licht in 2006 door een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten waarin geconstateerd werd dat er veel mis is met beleggingsverzekeringen. Deze verzekeringen bleken complex en relatief duur te zijn. Ook worden verzekerden bij veel beleggingsverzekeringen financieel benadeeld bij tussentijdse beëindiging, de verzekeraars zouden hierover onvoldoende duidelijkheid geven.
Betrokken partijen
Aanleiding
Overeenstemming
Advies Ombudsman Financiële dienstverlening
Onafhankelijk feitenonderzoek
Schikkingen
Wat als u polishouder bent
De gedupeerde consumenten zijn verenigd in twee stichtingen. Stichting Verliespolis en Stichting Woekerpolis Claim.
Verbond van Verzekeraars. Hierin zijn de verzekeraars verenigd.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is door de overheid aangewezen als toezichthouder op de financiële dienstverleners zoals de verzekeraars en haar tussenpersonen.
Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Bij het klachteninstituut kunnen consumenten terecht met klachten over hun financiële product.
Minister van Financiën Gerrit Zalm stelde twee bemiddelaars aan die klachten over de polissen zullen voorleggen aan de Ombudsman Financiële Dienstverlening dat onderdeel uitmaakt van het klachteninstituut.
Op het weinig transparante karakter van kosteninhoudingen door verzekeraars is vanaf omstreeks 1995 herhaaldelijk kritiek uitgeoefend. In 2003 publiceerde AFM een rapport over beleggingshypotheken, uit het rapport bleek een doorsnee huishouden met een beleggingshypotheek 55 procent kans te hebben op een restschuld. In 2006 constateerde de AFM vervolgens dat beleggingsverzekeringen ondoorzichtig en relatief duur zijn en dat de informatie bij polissen onvolledig en soms zelfs onjuist is.
In de zomer van 2006 nam het Verbond van Verzekeraars het initiatief om een adviescommissie in te stellen met als opdracht de transparantie voor de consumenten in kaart te brengen. Deze commissie stond onder leiding van de voormalige minister van Justitie Job de Ruiter. De naam van de commissie was officieel ‘Commissie transparantie beleggingsverzekeringen', maar stond bekend onder de naam ‘Commissie De Ruiter'.
Op 20 december 2006 bracht de Commissie De Ruiter rapport uit over de beleggingsverzekeringen. De commissie adviseerde het Verbond over de informatievoorziening bij toekomstige offertes. Bestaande gevallen liet de Commissie De Ruiter buiten beschouwing. Het Verbond liet weten het rapport te ondersteunen en de aanbevelingen uit te voeren. Daarnaast zullen de verzekeraars de aanbevelingen ook toepassen op bestaande verzekeringen. De verzekeraars hebben beloofd alle offertes van de 6 miljoen uitstaande polissen nog eens door te lopen. Als blijkt dat de kosten in de praktijk hoger zijn uitgepakt dan was voorgespiegeld, komt er in individuele gevallen een regeling.
Daarnaast gaf het Verbond van Verzekeraars in deze reactie aan waar de kosten uit bestonden, en dat er onderscheid moest worden gemaakt tussen kosten en premies voor aanvullende verzekeringen.
Overeenstemming over aanpak
In maart 2007 hebben de belangrijkste betrokkenen, het Verbond van Verzekeraars, de Stichting Verliespolis, het Ministerie van Financiën en de Ombudsman Financiële Dienstverlening overeenstemming bereikt over de verdere aanpak van de problematiek. De problematiek wordt categoraal onderzocht (Er worden steeds enkele zaken behandeld die representatief kunnen worden geacht voor een bepaalde productcategorie) om te bezien of er sprake is van gegronde klachten. Als dat het geval is zal de Ombudsman Financiële Dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, aansturen op aanpassing van het product. Als de verzekeraar de aanpassing accepteert zal deze ook het initiatief nemen de aanpassing door te voeren voor alle verzekerden (ook voor diegenen die niet geklaagd hebben). Overigens is de verzekerde, in tegenstelling tot de verzekeraar, niet gebonden aan het advies van de Ombudsman.
Advies Ombudsman Financiële Dienstverlening
De Ombudsman Financiële Dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, publiceerde op 4 maart 2008 zijn aanbevelingen. Op verzoek van minister Bos deed Wabeke onderzoek naar de beleggingsverzekeringen. Wabeke concludeert in zijn advies dat verzekeraars een hogere dan marktconforme premie voor de overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsdekking in rekening hebben gebracht en dat er onredelijk veel kosten in rekening zijn gebracht. Wabeke gaf aan dat de kosten niet meer dan 2,5% van het belegd vermogen zouden mogen bedragen.
Naast de verzekeraars acht Wabeke ook de tussenpersonen, de overheid en de consument schuldig aan de ontstane problematiek. Wabeke stelt dat de tussenpersonen niet goed hebben geadviseerd, de overheid zich een onbetrouwbare partner heeft getoond door de fiscale regels meerdermalen te wijzigen en de consument niet goed heeft opgelet.
Gezien deze gedeelde schuld adviseert Wabeke de verzekeraars alle kosten die de 3,5% van het belegd vermogen overstijgen met terugwerkende kracht aan de consument terug te betalen. Deze compensatie levert de verzekeraars een kostenpost op van naar schatting 2 miljard euro. De compensatie dient uiterlijk in 2009 aan de consumenten te zijn uitgekeerd. De Stichting Verliespolis liet in een eerste reactie weten dat zij niets zien in het oordeel van Wabeke. Zij acht de verzekeraars als enige verantwoordelijk voor de ontstane problematiek. De kritiek op de overheid, tussenpersonen en consumenten wordt door Verliespolis weerlegd. De aanbevelingen van Wabeke worden door Verliespolis gezien als een startpunt voor verdere onderhandelingen met de verzekeraars.
De Stichting Woekerpolis Claim liet zich in gelijksoortige bewoordingen uit. Zij acht de voorgestelde compensatie volstrekt onvoldoende. Stichting Woekerpolis Claim ziet het advies van Wabeke dan ook vooral als 'springplank' voor verdere compensatie.
Het Verbond van Verzekeraars liet in een eerste reactie weten dat zij verwachten dat de verzekeraars de aanbeveling van Wabeke uiterst serieus zullen nemen.
De Vaste Kamercommissie voor Financiën besloot op 8 februari 2007 tot een onafhankelijk feitenonderzoek. De taakopdracht voor dit feitelijk onderzoek wordt afgestemd met consumentenorganisaties, verzekeraars, de Ombudsman Financiële Dienstverlening en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). In juli 2007 werd bekend dat het feitenonderzoek is toegekend aan het Instituut voor Financieel Onderzoek. De uitkomst van het onderzoek wijst uit dat beleggingsverzekeringen te duur zijn, bij 73% van de beleggingsverzekeringen wordt meer dan 2% kosten in rekening gebracht, vervroegd afkopen van een beleggingsverzekering kan een zwaar negatief nettorendement ten gevolge hebben, waarbij moet worden gedacht aan -16,5%. Vogens de Consumentenbond wordt duidelijk dat bij de beleggingsverzekeringshypotheken van AXA, Nationale-Nederlanden, Delta Lloyd en Falcon de meeste kosten in rekening worden gebracht. De bond eist terugbetaling van het teveel betaalde geld wil en dat overheid en AFM er voor zorgen dat de kwaliteit van aanbieders, producten en adviseurs voor consumenten inzichtelijk wordt gemaakt.
Delta Lloyd, ING en Fortis ASR hebben geschikt voor respectievelijk 300, 365 en 750 miljoen euro. Op 25 maart 2009 maakte SNS Reaal bekend te willen schikken voor 320 miljoen euro. Avéro Achmea heeft op 26 mei aangegeven te willen schikken voor een bedrag van 315 miljoen euro. Medio juli 2009 heeft Aegon haar relaties een schikkingsvoorstel gedaan voor een totaalbedrag van 250 miljoen euro.
Downloaden: schikkingen maatsschappijen
Op de website van de Ombudsman Financiële Diensteverlening staat een overzicht van producten waar de ombudsman een aanbeveling heeft gedaan om de kosten ervan te herzien. U kunt dus controleren of dit op uw verzekering van toepassing is.
Schikking Als er reeds een schikking is getroffen met de betreffende maatschappij is deze automatisch van toepassing op alle vermelde verzekeringen. Dit geldt voor alle polishouders, u hoeft dus geen lid te zijn van één van de stichtingen. U wordt uiterlijk in 2009 op de hoogte gesteld wat de schikking voor u betekent
Geen schikking Als de polis van een maatsschappij is die nog geen schikking heeft getroffen raden wij u aan om te wachten. De maatschappijen die nog geen schikking hebben getroffen zijn nog in onderhandeling.
Niet eens met schikking Indien u van mening bent dat de regeling u geen passende oplossing biedt, staat het u altijd vrij om de oplossing niet te accepteren. U kunt dan alsnog een procedure tegen de verzekeraar starten.